Kredietcrisis: veelgestelde vragenNaar aanleiding van alle commotie op de financiële markten bereiken ons vragen van verontruste verzekeringnemers. Met onderstaande informatie hopen wij antwoord te geven op de belangrijkste vragen. Wij hebben deze vragen onderverdeeld in twee hoofdstukken:
- Algemeen
- Productspecifiek
Algemeen:(Bron: Verbond van Verzekeraars) De verzekeringsbedrijfstak in Nederland als geheel is solide te noemen. Dat is in belangrijke mate toe te schrijven aan strenge Europese en Nederlandse regelgeving, die hoge eisen stelt aan solvabiliteit en vermogensreserves, en het toezicht op de bedrijfstak in Nederland door DNB en de Autoriteit Financiële Markten. Verzekeraars houden grote vermogensreserves aan omdat tegenover alle verzekerde risico's zekerheden moeten bestaan. Dat biedt de Nederlandse consument en andere belanghebbenden zekerheid. Verzekeraars voeren daarbij een relatief conservatief beleggingsbeleid, waarbij slechts in beperkte mate in aandelen wordt geïnvesteerd. Tot dusverre heeft de kredietcrisis dan ook voor de verzekeringsbranche in Nederland beperkte gevolgen gehad. Bovendien werken Nederlandse verzekeraars van harte mee aan de introductie van het Solvency II-regime in de Europese Unie, waarmee het risicomanagement van verzekeraars een nieuwe impuls krijgt. Juist om crisissen, zoals nu in de Verenigde Staten plaatsvinden, beter te kunnen opvangen, biedt Solvency II uitstekende handvatten. Vragen en antwoorden:
|
|
SNS Reaal, ING en AEGON hebben een kapitaalinjectie van de Nederlandse overheid ontvangen. Waarom is dat gebeurd?De belangrijkste reden voor deze kapitaalinjecties is om een extra buffer te hebben in stormachtige tijden. Voor de internationale ‘ranking’ van een financiële instelling worden steeds zwaardere eigen gesteld. De kapitaalinjectie voor SNS Reaal, ING en AEGON stelt hen in staat om in te spelen op deze veranderende marktomstandigheden en hun positie op de financiële markten te behouden. Deze financiële instellingen zijn niet alleen in Nederland actief maar ook in heel veel andere landen. De Nederlandse verzekeringsonderdelen zijn solide. SNS Reaal, ING en AEGON zijn gezonde instellingen, benadrukken ook het Ministerie van Financiën en De Nederlandsche Bank. Dat is bovendien de voorwaarde om überhaupt voor deze staatssteun in aanmerking te komen. Zijn SNS Reaal, ING en AEGON nu net als Fortis/ABN Amro overgenomen door de Nederlandse staat?
Nee. SNS Reaal, ING en AEGON zijn zelfstandige bedrijven. Voor de Raad van Commissarissen van ING en Aegon heeft de Nederlandse overheid wel twee commissarissen voordragen. Dat zal ook bij SNS Reaal gebeuren. Daarmee houdt de staat toezicht op afstand, zonder zelf het roer van de onderneming helemaal over te nemen. Dat gebeurt overigens ook niet bij Fortis. Er worden wel afspraken gemaakt over bijvoorbeeld het beloningsbeleid. Waarvoor zou dit geld gebruikt kunnen worden? Wat betekent dit voor de polishouder?
Deze voorziening maakt het mogelijk om financiële instellingen van aanvullend kapitaal te voorzien of, zoals minister Bos het noemde, banken en verzekeraars een extra trui voor de winter te geven. Deze kapitaalsteun is alleen mogelijk wanneer het bedrijf gezond is. Het is ook niet bepaald gratis; er staat zoals gezegd een forse rente tegenover. Financiële instellingen zullen vooral een beroep doen op dit geld om hun internationale positie veilig te stellen en bijvoorbeeld te voorkomen dat zij een lagere ‘rating’ krijgen. Door de veranderde marktomstandigheden zijn de criteria voor deze ‘rating’ aangescherpt. Het betekent niet dat een bedrijf slecht draait. Voor Nederlandse polishouders, ook bij de bedrijven die nu van de staat een kapitaalversterking hebben gekregen, is geen reden tot bezorgdheid. Wat is de impact van de financiële crisis op de verzekeringssector?
Hoewel de verzekeringssector in Europa een van de grootste institutionele beleggers is, is de sector uiteraard ook geraakt door kredietrisico’s. Maatschappijen hebben afschrijvingen moeten doen op hun beleggingsportefeuille en beurskoersen van verzekeraars staan onder druk. De toegang tot financiële markten is ook voor verzekeraars lastiger geworden. Echter: ten gevolge van het strenge Nederlandse toezicht, hebben verzekeraars maar een beperkt gedeelte van hun vermogen belegd in aandelen. De financiële positie van de verzekeringsbranche als geheel en van de verschillende leden is sterk genoeg om ervan uit te kunnen gaan dat verzekeraars hun verplichtingen ook op langere termijn kunnen nakomen. De toezichthouder houdt dat streng in de gaten. Ook al is de solvabiliteitspositie van verzekeraars het afgelopen jaar achteruit gegaan, dat is niet zonder meer een teken van zwakte. Het laat zien dat de vermogensbuffers van Nederlandse verzekeraars hun diensten hebben bewezen. Waarom treft de kredietcrisis wereldwijd vooral banken en veel minder verzekeringsmaatschappijen?Als veel klanten tegelijk naar hun bank gaan om hun spaargeld op te nemen, ontstaat er een probleem: dat geld heeft de bank op zijn beurt grotendeels uitgeleend en is dus niet direct beschikbaar. Bij beleggings- en lijfrenteverzekeringen gaan verzekeraars met hun cliënten langjarige contracten aan. Dit betekent dat de maatschappij over een langere termijn vastliggende premie-inkomsten heeft. Hetzelfde geldt voor schadeverzekeringen: klanten kunnen uiteraard hun verzekeringen tegen bijvoorbeeld brand en autoschade elders onderbrengen, maar dan hoeft de maatschappij die deze klanten verliest, ook niet meer het risico te dragen. Hoever zijn verzekeringsmaatschappijen met het bieden van compensatie?
Inmiddels hebben drie maatschappijen een schikking getroffen met de stichtingen die de belangen van polishouders behartigen: Delta Lloyd, ING/Nationale-Nederlanden en Fortis ASR. Daarnaast heeft AEGON bekendgemaakt het akkoord van Delta Lloyd ook toe te passen op zijn eigen portefeuille. De Goudse en Generali hebben na overleg met de Ombudsman bekend gemaakt dat zij hun polishouders in lijn met eerdere schikkingen zullen compenseren. Samen zijn deze zes maatschappijen goed voor ruim de helft van het aantal verkochte beleggingsverzekeringen. Met de compensatie van deze zes maatschappijen is ruim twee miljard euro gemoeid. Overigens wordt alleen gecompenseerd als op polissen meer kosten zijn ingehouden dan in het betreffende akkoord als maximumniveau is afgesproken. Een groot aantal verkochte polissen valt vanwege relatief lage kosteninhoudingen buiten het bereik van deze regeling. Wat is nu het vervolg?Achmea/Eureko en SNS REAAL voeren met de stichtingen momenteel afrondende besprekingen over compensatie. Daarnaast heeft een aantal kleinere en middelgrote maatschappijen compensatievoorstellen ingediend bij het Kifid, het Klachteninstituut voor Financiële Dienstverlening. In een brief aan de Tweede Kamer van 17 december 2008 heeft minister Bos van Financiën gemeld dat daarmee eind 2008 of uiterlijk vroeg in 2009 aan alle polishouders duidelijkheid kan worden geboden over de te verwachten compensatieregeling. De brief is terug te vinden onder de rubriek ‘Kamerstukken’ op de website van het ministerie van Financiën. Is de scheiding van bank- en verzekeringsactiviteiten – ook financieel – wettelijk verankerd?
Ja. De Wet op het financieel toezicht (Wft) regelt dat op financiële conglomeraten (banken en verzekeraars onder één dak) aanvullend prudentieel toezicht van toepassing is. Aan de hand daarvan wordt beoordeeld of zo’n onderneming genoeg kapitaal heeft, hoe het zit met risicoconcentratie, met transacties tussen de verschillende leden van de groep, hoe de interne controle- en risicobeheersingsprocedures zijn en hoe het staat met de geschiktheid van de bestuurders. Voor levens- en schadeverzekeraars in een verzekeringsgroep geldt eveneens aanvullend toezicht. Dat heeft betrekking op onder andere overeenkomsten en posities van de verschillende partijen in de groep. Ze moeten aanvullende solvabiliteitsberekeningen kunnen laten zien om te voorkomen dat door dubbeltellingen een te gunstig beeld wordt gecreëerd. De toezichthouder ziet scherp toe op eventuele vermogensoverdrachten binnen een groep tussen de holding en de bank- en verzekeringsdochters. Iedere afzonderlijke dochter moet kunnen voldoen aan de wettelijke solvabiliteitseisen. De Nederlandsche Bank stelt zich garant voor spaargelden bij een bank tot maximaal 100.000 euro. Geldt zo’n garantieregeling ook voor verzekeringsproducten en beleggingsverzekeringen?
In plaats van een garantie, heeft De Nederlandsche Bank de waarborgen gezocht in scherp toezicht op de sector en vérgaande solvabiliteitseisen. Uitgangspunt daarbij is dat tegenover alle verzekerde risico’s zekerheden moeten staan. Na het faillissement van de relatief kleine verzekeraar Vie d’Or in 1995 zijn het toezicht, de eisen aan het vermogen en aan de solvabiliteit voor verzekeraars aanmerkelijk verscherpt. Sindsdien hebben zich dan ook geen incidenten meer voorgedaan. Mocht een verzekeraar toch in de problemen komen, dan zal de toezichthouder alles in het werk stellen om de belangen van verzekerden te beschermen. Bijvoorbeeld door te proberen om de verzekeringsportefeuille bij een andere verzekeraar onder te brengen. Vallen spaarhypotheken onder de garantieregeling?
Een spaarhypotheek is een product waarbij een hypothecaire lening op het einde van de looptijd geheel of gedeeltelijk wordt afgelost. Het spaargedeelte is vaak ondergebracht bij een verzekeraar in de vorm van een kapitaalverzekering. Kapitaalverzekeringen vallen níet onder de depositogarantieregeling. De depositogarantieregeling is specifiek voor banken in het leven geroepen. Banken kunnen omvallen als iedereen ineens al zijn geld ervan af haalt. Bij verzekeraars bestaat dat risico niet. Verzekeraars hebben voldoende zekerheden tegenover de verzekerde risico’s staan. Daar gelden strenge regels voor en er wordt door de toezichthouder op toegezien. De kredietcrisis heeft die zekerheden nauwelijks aangetast. Geldt de garantie van 20 miljard voor spaargeld ook voor het spaardeel van een hypotheek? Kan er verrekend worden?Er zijn vele verschillende aanbieders van spaarhypotheken en bankspaarhypotheken, die allemaal verschillende voorwaarden (kunnen) hebben. Eén antwoord op deze vraag is daarom niet te geven. Wel kunnen we meer inzicht geven over de garantie- en opvangregelingen. Voor meer informatie over uw specifieke situatie, kunt u het beste contact opnemen met uw adviseur of uw verzekeraar.
a) Spaarhypotheek (KEW) Een spaarhypotheek bestaat uit twee delen: een hypotheek en een verzekeringspolis. Deze verzekeringspolis wordt een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) genoemd. De KEW zorgt ervoor dat aan het einde van de looptijd of bij eerder overlijden van de verzekerde, een bedrag beschikbaar komt waarmee de hypotheekschuld (deels) kan worden afgelost. Doordat de opbouw van het vermogen plaatsvindt in een verzekering, is het risico dat de klant zijn geld kwijtraakt minimaal. Daarom vallen deze producten niet onder de garantieregeling van De Nederlandsche Bank. Maar omdat een spaarhypotheek naast het spaartegoed ook een (hogere) hypotheekschuld heeft, zou er mogelijk een verrekening kunnen plaatsvinden. b) Bankspaarhypotheek (SEW) Voor bankspaarproducten, waarbij de opbouw plaatsvindt op een speciale spaarrekening, de zogenaamde Spaarrekening Eigen Woning (SEW), geldt de garantieregeling wél. Dit omdat hier gespaard wordt op een spaarrekening. Voor de beleggingsvariant van banksparen geldt de garantieregeling weer niet. Hiervoor is een andere maatregel getroffen: de beleggingscompensatieregeling. Hierdoor kunnen particuliere beleggers tot € 20.000,- tegemoet worden gekomen. Wie via de werkgever een pensioen bij een verzekeraar heeft lopen, merkt die iets van de kredietcrisis?Voor een verzekerde pensioenregeling met een aanspraak op een periodieke uitkering, of een aanspraak op een verzekerd kapitaal om pensioen mee aan te kopen, geldt hetzelfde als voor levensverzekeringen. Verzekeraars hebben voldoende zekerheden tegenover de verplichtingen staan. Daar gelden strenge regels voor en de toezichthouder (De Nederlandsche Bank) ziet toe op naleving ervan. De kredietcrisis heeft die zekerheden van verzekeraars nauwelijks aangetast. Bij een beschikbare premieregeling waarbij de beschikbare premie wordt belegd, loopt u vaak zelf het risico als uw pensioenbeleggingen minder rendement opleveren. U weet dan dus niet van te voren hoeveel pensioen u kunt kopen wanneer u met pensioen gaat. Dat kan lager of hoger zijn. Ook bij een beschikbare premieregeling waarbij wordt belegd, kan de mogelijkheid bestaan van een (minimum)garantie.
Als ik mijn polis wil beëindigen, kan dat dan?Ja. U kunt elke verzekering altijd opzeggen. Maar ga vooraf goed na waarom u dat zou willen doen. Het opzeggen van een schadeverzekering kost geen geld. Een levenpolis beëindigen/stoppen voordat de looptijd is verstreken, kan extra kosten met zich meebrengen. Het is bovendien verstandig na te gaan of u wordt geaccepteerd door een andere verzekeraar voordat u een lopende polis opzegt. Daarnaast kunt u, als u bijvoorbeeld een schadepolis opzegt, geconfronteerd worden met een risico waartegen u dan niet verzekerd bent. Dit kan leiden tot grote schade die u in de financiële problemen kan brengen. Voortijdig opzeggen/afkopen van hypotheekgerelateerde verzekeringen of lijfrente kan overigens forse fiscale consequenties hebben.
Hoe is het toezicht op de verzekeringssector geregeld?Er zijn twee soorten toezicht: De Nederlandsche Bank (DNB) houdt verzekeraars financieel in de gaten en kijkt of ze voldoende solvabel zijn om hun verplichtingen na te komen, ook moeten zij een wettelijk voorgeschreven bedrag aan liquiditeit aanhouden. Ook ziet DNB er op toe of de bestuurders deskundig en betrouwbaar zijn, en of ze alle vergunningen hebben die nodig zijn e.d. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) kijkt of verzekeraars zich in hun gedragingen aan de wet houden. Moeten verzekeringsconcerns dezelfde financiële reserves aanhouden als banken?Verzekeraars vallen onder andere toezichtregels dan de banken. Verzekeraars moeten te allen tijde voldoende zekerheden kunnen stellen tegenover de verzekerde risico’s. Dat is de betekenis van het begrip solvabiliteitDreigt een verzekeraar niet te (kunnen) voldoen aan de wettelijke vereiste solvabiliteit, dan moet hij daar de toezichthouder (DNB) zo snel mogelijk van op de hoogte brengen. Wat gebeurt er als een verzekeraar in de problemen komt?De Nederlandse overheid heeft inmiddels een breed palet aan instrumenten (zie vraag 12 en 14) ontwikkeld om financiële instellingen: te steunen. Mocht de solvabiliteit van een verzekeraar in gevaar komen, dan zal dat vooral ontstaan door rentedaling en/of waardevermindering van het belegd vermogen. Dat is naar ieders verwachting een tijdelijke situatie. Omdat verzekeraars bij uitstek op de lange termijn zijn ingesteld, lijken tijdelijke maatregelen, zoals vermogensverstrekking door de overheid, afdoende om verzekeraars met een verder gezonde bedrijfsvoering in rustiger vaarwater te loodsen. En als die hulp toch niet zou volstaan?De Nederlandsche Bank zal bij een dreigend faillissement van een verzekeraar vrijwel zeker proberen te bewerkstelligen dat de verzekeringsportefeuille wordt overgedragen aan een andere verzekeringsmaatschappij. Het is aannemelijk dat voor verder gezonde verzekeringsportefeuilles de nodige belangstelling zal bestaan. De sector zelf heeft daarnaast een opvangregeling voor levensverzekeraars, die bedoeld is om tijdig in te grijpen. Via deze opvangregeling kan de portefeuille van de levensverzekeraar worden overgedragen aan een opvanginstelling. In dit geval ondervinden de polishouders geen nadeel. Als de levensverzekeraar toch failliet zou gaan, heeft de polishouder een preferentie vordering op de boedel, ter grootte van de tot dan toe opgebouwde aanspraken. Het staat niet bij voorbaat vast dat alle rechten van polishouders in zo’n geval worden gehonoreerd.
Waar kan ik terecht met vragen en antwoorden over kredietverzekeringen?
De afgelopen maanden duikt het begrip ‘kredietverzekering’ regelmatig in de media op. In het bijzonder wordt daarbij aandacht geschonken aan ‘exportkredietverzekeringen’. Deze verzekeringsvorm is vooral van belang voor het bedrijfsleven. Omdat over dit onderwerp nogal wat vragen leven, hebben de bij het Verbond aangesloten kredietverzekeraars enkele vragen en antwoorden rond kredietverzekeringen opgesteld. Het gaat om algemene informatie, waaraan geen rechten kunnen worden ontleend. Klik hier voor de vragen en antwoorden. |
|
|
|
Valt mijn spaarhypotheek onder het depositogarantiestelsel?
Nee, aangezien de spaarcomponent van een spaarhypotheek gekoppeld is aan een verzekering, valt deze dus niet onder de garantieregeling voor banken. De verzekeringsbranche kent geen garantieregeling. De opgebouwde spaarwaarde is onderdeel van het door DBV verzekerde risico en hiertegenover dient DBV voldoende zekerheden te stellen. Van uw kant dient u uw verplichtingen uit hoofde van de hypotheeklening normaal te voldoen. Voor specifieke onderwerpen zoals hoe de zekerheden gewaarborgd worden en wie daarop toezicht houdt verwijzen wij u naar de andere Q&A’s op deze pagina.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |